- geben
- gebenI 〈overgankelijk & onovergankelijk werkwoord〉1 geven ⇒ toedienen; schenken; onderwijzen2 spelen♦voorbeelden:1 das wird noch viel Ärger geben! • daar zal nog heel wat narigheid van komen!ein Wort gab das andere • van het ene woord kwam het andereer wird einen guten Lehrer geben • hij zal een goede leraar wordenes jemandem geben • iemand ervan langs gevengib (es) ihm! • geef het hem!was wird das geben? 〈informeel〉 was gibt das? • wat zal dat worden?gut gegeben! • goed zo, gedaan!nichts auf eine Sache geben • geen waarde aan iets hechtenich gebe etwas auf mich • (a) ik respecteer mezelf; (b) ik verzorg mijn uiterlijk〈sport en spel〉 den Ball in die Mitte geben • de bal naar het midden spelenden Wagen in die Werkstatt geben • de wagen naar de garage brengenich gäbe viel darum • ik zou er heel wat voor overhebben〈informeel〉 ich konnte es nicht so recht von mir geben • ik kwam niet zo goed uit mijn woorden〈informeel〉 er gab alles wieder von sich • alles kwam er bij hem weer uiteine Meinung von sich geben • een mening uiten〈spreekwoord〉 geben ist seliger denn nehmen • het is zaliger te geven dan te ontvangen2 den Vater geben • de vaderrol spelen18 geteilt durch 2 gibt 4 • 8 gedeeld door 2 is 4II sich geben 〈wederkerend werkwoord〉1 zich gedragen ⇒ optreden, zich houden2 afnemen ⇒ overgaan, verdwijnen3 zich geven4 zich schikken5 zich voordoen♦voorbeelden:1 sich freundlich geben • vriendelijk zijn2 das wird sich schon geben • (a) dat komt wel in orde; (b) dat zal wel overgaan3 ich gebe mich besiegt, geschlagen • ik geef me gewonnen4 sich in sein Schicksal geben • zich in zijn lot schikken5 das Übrige wird sich schon noch geben • de rest komt nog welIII 〈onpersoonlijk werkwoord; met 4e naamval〉♦voorbeelden:¶ das gibts bei uns nicht • dat kennen, hebben wij nietso was gibt es bei mir nicht! • dat mag bij mij niet!was gibt es im Kino? • wat draait er in de bioscoop?es gibt • er is, er zijn, er bestaat, er bestaanhier gibt es nur Briefmarken • hier zijn alleen postzegels verkrijgbaares gab kein Entkommen • er was geen ontkomen aanes wird Regen geben • we krijgen regenes wird ein Unglück geben • daar komen ongelukken vanwas gibts? • wat is er?was gibt es zu essen? • wat krijgen we te eten?〈informeel〉 was es nicht alles gibt! • wat er (toch) niet allemaal mogelijk is!〈informeel〉 gibt es dich auch noch? • leef jij ook nog?〈informeel〉 da gibts nichts! • (a) daar is niets aan te doen!; (b) vast en zeker! • (c) zonder pardon!; (d) geen sprake van!so was gibts • dat komt wel (eens) voorgibts denn so was! • heb je van je leven!〈informeel〉 gleich gibts was! • dadelijk zwaait er wat!das gibt es nicht! • dat bestaat, kan niet!
Wörterbuch Deutsch-Niederländisch. 2015.